In de waterbouw blijft het noodzakelijk om op bepaalde projecten handmatig steenzetwerk in de gradatie 20/30 uit te voeren. Om te voorkomen dat projecten stilgelegd moeten worden, heeft de Vereniging van Waterbouwer in de richtlijn de aanbeveling gedaan aan opdrachtgevers om vanaf medio 2013 alleen die bedrijven en/of steenzetters in te zetten die in het bezit zijn van een certificaat ‘Handmatig steenzetten’.

De steenzetters die het Rotterdams Steenzetbedrijf opleidt en inzet, beheersen de traditionele, ambachtelijke wijze van steenzetten en zijn in het bezit van het certificaat ‘Handmatig steenzetten’. Hierbij worden de stenen verplaatst en gezet met behulp van schuif- en roltechnieken, aangevuld met gebruik van het steenzet-ijzer. De belasting op het lichaam wordt hierdoor geminimaliseerd.

geschiedenis van de strijd tegen het water

N

ederland ligt voor een groot deel onder zeeniveau. Toen 10 000 jaar geleden de ijstijd eindigde, steeg de zeespiegel en ontstond de Noordzee. Het land was onbewoonbaar en veranderde pas na vele eeuwen in een veenmoeras.
Alt tekst via WP

De strijd tegen het water

Vanaf het moment dat de eerste bewoners zich in Nederland vestigden, begon de strijd tegen het water. Deze mensen gingen wonen op de hoge strandwallen, waar ze leefden van de jacht, de visserij en bescheiden landbouw. Ze bouwden vliedbergen, waarop ze bij hoogwater konden vluchten. Pas bij de komst van de Romeinen verschenen de eerste echte waterbouwkundige werken in ons land. De Romeinen bouwden – weliswaar niet in het deltagebied – de eerste dam, in het Rijndal, vlak bij Kleef. En ze groeven de eerste kanalen, zoals de Vliet bij Voorburg, die Oude Rijn en Schie met elkaar verbindt.

Het weren van de zee

Het duurde tot omstreeks de tiende eeuw voordat de bewoners overgingen tot het weren van de zee: de eerste dijken verschenen langs de kusten; simpele, lage kaden, gemaakt met behulp van spaden en manden. Ze bezweken bij iedere serieuze aanval van het water.
Door bedijkingen, waarvoor met name de kloosters zich inzetten, ontstond overtollig binnenwater, dat afgevoerd moest worden. Aanvankelijk werden uitwateringssluizen gemaakt om het polderwater bij laagwater te kunnen uitlaten. Toen zo’n zeshonderd jaar geleden de windmolen werd uitgevonden, konden steeds meer en steeds diepere polders worden drooggehouden.

Steenzetten

Overstromingen door de eeuwen heen

In de vroege Middeleeuwen boden de primitieve dijken slechts een gebrekkige bescherming tegen de zee. Er ging geen eeuw voorbij of het land werd getroffen door overstromingen. Tussen 1000 en 1953 waren er 111 zware en minder zware overstromingen in West-Nederland.

In de negentiende eeuw werden de dijken beter en sterker door de komst van nieuwe materialen, technieken en werktuigen, zoals beton, steenglooiingen en stoommachines. Maar de zee liet zich er niet door tegenhouden. Tot in de twintigste eeuw vonden in Nederland overstromingen plaats: in 1906, in 1916 en in 1953, toen zich in de nacht van zaterdag op zondag 1 februari de grootste watersnoodramp van de laatste eeuwen voordeed.